Ja alles goed!
Ja alles goed!

Ja alles goed!

Ik ben opgegroeid in een gezin waar veel onrust was. Maar door me leeftijd had ik niet door dat dat niet normaal was. Dus als iemand aan me vroeg alles goed?, dan antwoordde ik met ja alles goed. Op school ging het ook niet echt fantastisch. Ik liep toen met een pleister op me oog omdat ik een lui oog had. Ik had ook een splaakgebrek. Ik kon de r niet uitspreken dus ik was soms moeilijk te verstaan en met me luie oog kon ik soms niet alles goed lezen wat er op het bord geschreven werd. 

In me pubertijd ben ik begonnen met drugs gebruiken. Dat begon onschuldig met een pilletje in het weekend, maar het werd steeds meer en meer drugs wat ik gebruikte. In me achterhoofd wist ik dit is niet goed, maar ik was de controle kwijt en dat maakte me op dat moment ook niet uit. Ik had wel gesprekken met een ggz-instelling over mijn jeugdtijd met alle problemen thuis, maar daar was dan ook me antwoord: ja alles goed, terwijl het helemaal niet goed ging. 

Op een gegeven moment woonde ik bij het Leger des Heils, wat niet echt de fijnste plek was om te wonen. Ik ben daar op een gegeven moment weggestuurd en werd toen dakloos. Ik had op een gegeven moment een maatschappelijk werkster die uit interesse soms vroeg: hoe gaat het met je? Ik antwoordde standaard met: ja goed hoor. Na een tijd dakloos te zijn geweest begon ik moe te worden en somber. Toen kon ik niet meer tegen mensen zeggen: ja goed. Het stond nog net niet op me voorhoofd dat het niet goed ging.

Ik liep toen bij een stichting en daar had ik ook een postadres. Een adres waar ze me boetes naar toe konden sturen, laat ik maar zeggen. Op een gegeven moment word ik gebeld door me maatschappelijk werkster. Ze vroeg aan me of ik langs kon komen op kantoor, want er was post voor me. Dus ik zeg tegen haar: je kan die post toch openmaken? Zij zegt: nou kom toch maar even langs. Dus ik ga daar langs. Zij zegt: je hebt een brief van de gemeente. Ik maak die brief open en ik lees: je zus is naar je op zoek. Ik dacht: o ja shit, die heb ik ook al anderhalf jaar niet gesproken. Dus ik bel haar twee dagen later op. Ik wou eerst voor mezelf bedenken wat ik zou gaan zeggen. 

Ik bel me zus op. Zij neemt de telefoon op en ik zeg: hé zus met je broertje. Het wordt stil aan de andere kant van de lijn, dus ik zeg nog een keer: met je broertje. Ik noem het adres waar we hebben gewoond, me doopnaam. Ik vraag aan haar: alles goed? Zij zegt: ja en met jou? Dan antwoord ik: ja op zich wel goed. Een beetje dakloos maar op zich goed. 

In mijn daklozentijd en toen ik net me huisje had zei ik altijd: ja gaat goed hoor. De laatste jaren zeg ik gewoon als het niet goed gaat. Het gaat niet zo goed, of: nee, momenteel gaat het even kut. Ik ben er nog niet, maar het gaat steeds beter