Van eerste peuk tot dealen
Van eerste peuk tot dealen

Van eerste peuk tot dealen

Toen ik 13 was en in de brugklas zat, zag ik veel leeftijdsgenoten van me op het schoolplein sigaretten roken. Ik ben dat toen ook een keer gaan proberen. Ik voelde me licht in me hoofd maar, ergens gaf het wel een soort roes erbij die ik lekker vond. Dus van 1 sigaret werden dat er al snel meer, tot ik dagelijks nicotine tot mij nam. Ik had toen nog nooit van het woord nicotine gehoord of wat de gevolgen van roken konden zijn.

In dat jaar heb ik ook voor het eerst mijn eerste biertje gedronken, wat ik niet echt lekker vond. Maar het gevoel dat alcohol gaf wel. Het was ook het jaar dat ik uit mocht gaan. Tot 1 uur ’s nachts, wat ik dan ook elk weekend deed en ook dus mijn sigaretten roken. En mijn biertje drinken. Mijn ouders hadden misschien wel een vermoeden maar vroegen er niet naar. Ze hadden me beloofd dat als ik voor mijn 18e niet rookte: ‘Dan betalen wij je rijbewijs’. Nou ja, dat is niet helemaal gelukt en ik vond het ook wel best.

Rond die tijd ging ik met twee oudere vrienden om die al aan het experimenteren waren met blowen. Nieuwsgierig jongetje als ik was; dat wou ik ook wel een keer proberen en deed dat dus ook. Het voelde relaxed. Alsof ik op een wolk zat en de uren me langzaam meenamen langs een leuke gedachte tot lachkicks aan toe. Dit was beter dan een sigaretje of een biertje. Hierdoor kreeg ik ook de behoefte om dit vaker te gaan doen en deed dat dus ook. Zo heb ik een beetje geëxperimenteerd met het fijne gevoel. Een mix zoeken van sigaretten, bier en joints, wat me aardig goed af ging.

Op mijn 15e kwam mijn moeder onverwachts te overlijden, waar ik echt heel veel verdriet van had. Mijn vader had na de begrafenis al snel een nieuwe vriendin en liet me aan mijn lot over. Hij trok bij haar in. Ik ging in die tijd nog wel naar school maar er kwam niks meer ‘binnen’. Ik kwam toen in een fase van me leven dat ik, als ik er nu jaren later op terugkijk, in een depressie zat.

Ik had nog nooit van het woord depressie gehoord. Een vermoeid, een diep somber gevoel. Ik had nergens zin in, alsof ik mezelf mee moest slepen door de dag. Op school ging het al snel niet meer, ben daar toen ook mee gestopt en ben gaan werken bij een restaurant in de keuken. Ik had leuke collega’s waar ik vaak na het werk nog een biertje mee ging drinken in de nabij gelegen kroeg. Ik ging nog elk weekend uit na het werk en kwam er achter dat er nog meer spullen waren om je geest mee te verruimen. Dat was mij idee er niet achter. Ik wou me zelf gewoon verdoven.

Ik kwam in aanraking met speed. Toen ik dat de eerste keer gebruikt had voelde ik meteen dat het werkte. Mijn hart begon sneller te kloppen, ik voelde me energiek, een gevoel dat ik lang niet had gehad tijdens mijn depressief zijn. Ik dacht toen nog: ‘Dit ga ik vaker doen!’. Ik voelde weer dat ik leefde en dat ging ik dus ook doen, elk weekend. In het begin dan. Op een gegeven moment soms ook door de week.

Niet lang daarna probeerde ik ook me eerste XTC pilletje, wat mij een heel vrij gevoel gaf. Om me te uiten en contact te maken met andere mensen, wat ik dan ook deed. Van de sombere jongen naar een energieke open vrolijke jongen, wat ik ook fijn vond. Het liet me gedachtes en gevoelens van vroeger herbeleven. In mijn jeugd was ik die jongen die niet moe te krijgen was, en altijd in was voor een dolletje. Ik dacht: ‘Die zet ik ook op mijn lijstje om nog een keer te gebruiken’.

Aangezien mijn leefstijl toen niet goedkoop was en mijn geld eerder op was dan de maand voorbij was, ben ik begonnen met dealen. Dat vond ik in het begin heel spannend. Ik kocht 40 XTC pillen, nam er eerst 2 zelf en ging de discotheek in met een bepaalde ‘spanning’. ‘Straks hebben de uitsmijters het door, krijg ik lastige klanten die problemen gaan maken’ of ‘misschien word je straks op weg naar huis aangehouden door de politie’. De gedachten vlogen door mijn hoofd. Wat voor straf zou ik dan krijgen van justitie voor het verkopen van die feel good pilletjes?

Ja nu weet ik ook wel dat het misschien niet zo verstandig was om er mee te beginnen. Maar ach: ‘Van vallen word je hard, Christiaan’ zei mijn moeder altijd. Over het opstaan na het vallen, voor en door een verslaving, vertel ik volgende keer.