Jake
Jake

Jake

Vroeger hadden wij een hond genaamd Candy. Ik was vaak met Candy buiten te vinden op zoek naar nieuwe avonturen, om aan het eind van de dag samen onder het gras en modder thuis te komen. Ik was nogal van het kattenkwaad uithalen en kon ook niet begrijpen waarom die hond altijd zo goed luisterde. ‘Doe is gek’ dacht ik dan, ‘Nee Candy, niet altijd gehoorzaam’. Als ik later groot ben dan neem ik ook een hond, dacht ik. Ik wou gewoon een maatje waar ik lief en leed mee kon delen en nieuwe avonturen mee kon beleven.

Na een jongvolwassen leven met verslaving en dakloosheid kreeg ik een huisje in Utrecht. Dus ik kocht al snel een hond. Een hele lieve bullmastiff, Tysa. Die zorgde dat ik aan het eind van de dag naar huis ging om hem uit te laten en niet in de stad bleef hangen. Ik had zoiets van, die hond die moet een maatje hebben. Dus kocht ik er nog een cane corso bij, Lotte. Ze werden al snel echt maatjes.

Na hele fijne jaren kwamen ze vlak na elkaar te overlijden. Ik kan me herinneren dat toen de laatste van de twee overleden was, ik thuis kwam uit mijn werk en de voordeur van mijn huisje open deed. Ik riep: ‘Lotte, kom maar meisje’, tot het besef kwam dat die hond er niet meer was. Soms keek ik nog wel eens op verschillende websites om een andere hond te halen. Op een of andere manier kocht ik er toch geen.

Op een ochtend hing ik met me kop uit het raam een shaggie te roken en zie ik de buurman met een hele mooie hond lopen. Een Bourdeaux Dog en ik zag al dat het geen puppy meer was. Ik dacht ‘dat is ook wel een mooi ras.’ Een paar dagen later zat ik in het park en zie ik de buurman aan komen lopen met die hond. Ik zei: ‘He, ouwe. Mooie hond man.’ Hij zei: ‘Ik moet die hond weg doen van mij ambulante woonbegeleider.’ Ik zei: ‘Wat is dat nou weer voor bullshit? En wat ga je nu doen?’ Hij zei: ‘Ja, ik zoek nu een nieuw baasje voor die hond, Morgen komt mijn woonbegeleider langs en dan moet die hond weg zijn.’ Ik zei: ‘Dat is mooi kut voor je, man.’

Wij spraken nog even over die hond en hij vroeg mij of ik die hond niet wilde hebben. Ik zei: ‘Nee joh, ik vind het ook wel even lekker zonder hond.’ Ik wenste hem succes met het vinden van een nieuw baasje. Ik keek ze nog na en dacht: ‘Waarom neem jij die hond niet, man.’

Ik riep: ‘Buurman, wacht even. Ik neem die hond wel.’ Hij zei: ‘Oh, dank je wel man, daar ben ik blij om.’ Hij gaf me de riem en toen stond ik daar, met die hond. De buurman liep door. Ik riep hem nog na: ‘Hoe heet die hond ook al weer?’ ‘Jake’. Ik zei tegen hem: ‘Nou jongen, blijkbaar word jij me nieuwe maatje.’

Al dezelfde dag zag ik dat die hond niet zo’n makkelijke puppytijd had gehad. Als ik hem wou aaien dan deed hij bangig, hij deed zijn hoofd naar beneden. Des te meer dagen, weken er voorbij gingen, des te zelfverzekerder Jake werd. Tot hij na een paar weken helemaal relaxed over straat liep.

Als ik hem thuis probeerde te aaien, kwam hij vaak op schoot liggen denkend dat hij nog een puppy was. Jake was ondertussen uitgegroeid tot een hond van 61 kilo. Als hij op schoot lag dan vertelde ik hem hoe mijn dag was of wat ik de volgende dag ging doen of wat ik vroeger mee had gemaakt. Alle pieken en dalen in mijn leven heeft die hond wel gehoord. Wat voor mij goed voelde. Hij was voor mij soms een soort psycholoog die geduldig zat te luisteren. Vorige week heb ik als een klein kind zitten huilen. Jake was overleden.

Jake, ik mis je en zal je nooit vergeten.

Jake, jij was echt een lieve hond. R.I.P.